BOODSCHAP VAN DE HEILIGE VADER
"Urbi et Orbi"
Kerstmis 1995


1. «Mijn Zoon ben jij, Ik heb je vandaag verwekt» (Heb 1,5).
De woorden van de liturgie van vandaag voeren ons binnen in het mysterie van de eeuwige geboorte, buiten de tijd, van de Zoon van God, Zoon één in wezen met de Vader.
Het Evangelie van Johannes zegt:
«In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Het was in het begin bij God» (Joh 1,1-2).
Wij belijden dezelfde waarheid in het Credo:
«God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God, geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, en dóór Wie alles geschapen is.
Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald.
Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria, en is mens geworden».
Zie hier de vreugdevolle boodschap van de Geboorte van de Heer zoals de Evangelisten en de apostolische traditie van de Kerk die hebben overgedragen.
Vandaag willen wij die verkondigen "aan de Stad en aan de Wereld", Urbi et Orbi.

2. «Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan» (Joh 1,10).
Hij komt onder zijn eigen mensen.
Hij die ter wereld komt in de nacht van Kerstmis.
Waarom komt Hij?
Hij komt om een "nieuwe kracht" mee te delen, een "macht" die anders is dan die van de wereld.
Hij komt als arme in een stal te Bethlehem, met het grootste geschenk: hij schenkt aan de mensen het goddelijk kindschap.
Aan al degenen die Hem opnemen geeft Hij het vermogen om «kinderen te worden van God» (Joh 1,12), opdat zij in Hem, de eeuwige Zoon van de eeuwige Vader, uit God worden geboren (vgl. Joh 1,13).
In Hem immers, in het pasgeboren Kind van de heilige Nacht, is het leven (vgl. Joh 1,4):
het leven dat geen dood kent;
het leven van God zelf;
het leven dat - zoals de heilige Johannes zegt - het licht der mensen is.
Het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan (vgl. Joh 1,4-5).
In de nacht van Kerstmis gaat het licht op dat Christus is.
Het schijnt en dringt door in de harten van de mensen, en plant in hen het nieuwe leven.
Hij ontsteekt in hen het eeuwige licht, dat altijd de mens verlicht zelfs wanneer de duisternis van de dood zijn lichaam omhult.
Het is daarom dat «het Woord is vlees geworden! Hij is onder ons zijn tent komen opslaan» (Joh 1,14).

3. «In zijn eigen huis is Hij gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen» (Joh 1,11), zegt de Proloog van het Evangelie van Johannes.
De Evangelist Lucas bevestigt deze waarheid, en zegt dat «er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf» (Lc 2,7).
«Voor hen», namelijk voor Maria en Jozef en voor het Kind dat geboren ging worden.
Het is een motief dat dikwijls terugkeert in de kerstliederen: «zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen...».
Bij het grote gastenverblijf van de menselijke gemeenschap, alsook bij het kleine gastenverblijf van ons eigen hart, hoeveel armen komen er ook vandaag, op de drempel van het jaar Tweeduizend, aankloppen!

4. Het is Kerstmis: feest van gastvrijheid en liefde!
Zullen de dakloze gezinnen van Bosnië-Herzegovina, die nog ongerust wachten op de vruchten van de vrede, van die vrede die onlangs gesloten is, op deze dag een plaats vinden?
Zullen de vluchtelingen van Rwanda kunnen terugkeren in een werkelijk verzoend land?
Zal het volk van Burundi de weg naar broederlijke vrede kunnen hervinden?
Zullen de volkeren van Sri Lanka de mogelijkheid hebben samen, hand in hand, te kijken naar een toekomst van broederschap en solidariteit?
Zal eindelijk aan de bevolking van Irak de vreugde geschonken worden om het gewone bestaan te hernemen na zoveel jaren embargo?
Zal de bevolking van Koerdistan, waaronder velen gedwongen zijn om nog een keer de winter tegemoet te gaan in het grootst mogelijke gebrek, worden aanvaard?
Ook moeten wij denken aan de broeders en zusters van Zuid-Soedan, die tot op de dag van vandaag het slachtoffer zijn van wapengeweld, dat onophoudelijk wordt aangewakkerd.
Tenslotte mogen wij niet het volk van Algerije vergeten, dat voortdurend lijdt en slachtoffer is van afschuwelijke beproevingen.
Het is in deze verwonde wereld dat liefdevol en teder het Kindje Jezus binnentreedt!
Hij komt om de mens te bevrijden die gevangen is in de haat en slaaf is van individualisme en verdeeldheid.
Hij komt om nieuwe perspectieven te openen.
De Zoon van God doet de hoop ontkiemen dat, ondanks vele ernstige moeilijkheden, eindelijk de vrede in het zicht komt.
Men kan de veelbelovende voortekenen ervan ontwaren ook in geteisterde landen zoals Noord-Ierland en het Midden-Oosten.
De mensen openen hun hart voor het Woord van God dat het vlees heeft aangenomen in de armoede van Bethlehem.

5. Dit is het Mysterie dat wij vandaag vieren:
God heeft «tot ons gesproken door de Zoon» (Heb 1,2).
Vele malen en op velerlei wijzen had God gesproken door de profeten, maar toen «de volheid van de tijd» (Gal 4,4) was gekomen, heeft Hij gesproken door de Zoon.
De Zoon is de afstraling van de heerlijkheid van de Vader;
de weerglans van zijn wezen, dat alles draagt met de macht van zijn woord.
Dit is wat de Auteur van de Brief aan de Hebreeën zegt over de pasgeboren Zoon van Maria (vgl. Heb 1,3).
Indien God de Vader door middel van Hem de kosmos heeft geschapen, is Hij ook de Eerstgeborene en de Erfgenaam van al het geschapene (vgl. Heb 1,1-2).
Dit arme Kind, voor wie er geen plaats was in de herberg, is, niettegenstaande de uiterlijke verschijning, de enige Erfgenaam van geheel de schepping.
Hij is gekomen om met ons deze erfenis te delen, opdat wij, als aangenomen kinderen van God, kunnen delen in de erfenis die Hij met zich heeft meegebracht in de wereld.
Eeuwig Woord, vandaag beschouwen wij uw heerlijkheid,
«de heerlijkheid die Hij als eniggeboren Zoon aan de Vader ontleende» (Joh 1,14).
De blijde boodschap van uw Geboorte, oud en tevens altijd nieuw, moge de volkeren en naties van ieder continent bereiken en vrede brengen in de wereld.